Diverse auteurs

 

Er zijn geen paarden in Brussel Er zijn geen paarden in Brussel


Opgetekend door Rodaan Al Galidi, Rachida Lamrabet, Bart Demyttenaere, Pat van Beirs, Do van Ranst en Michael De Cock

We zien ze dagelijks voorbijtrekken op het journaal, eindeloze stromen anonieme vluchtelingen. Maar wat is hun verhaal, wie zijn ze? Zes Belgische schrijvers ontmoette zes vluchtelingen uit verschillende landen en luisterden naar hen, soms dagen lang. Uit deze ontmoetingen ontstonden zes literaire verhalen, soms vanuit de ik-persoon geschreven, soms vanuit het perspectief van de schrijver en soms met de vluchteling als personage, maar allemaal waargebeurd.

We ontmoeten Svetlana die uit de Oekraïne vluchtte en als alleenstaande minderjarige in Brussel aankwam. Haar vader, een journalist, protesteerde tegen de beperkingen en de censuur van de Russische regering en kwam in de gevangenis terecht. Voor Svetlana en haar moeder was Rusland, vanwege sancties tegen hen, niet meer veilig. Rodaan Al Galidi ontmoet haar in een Antwerps café, waar ze hem een filmpje laat zien waarop ze in een idyllisch landschap vrolijk naar beneden skiet. Hij beseft dat ze gevlucht is uit een droom, niet uit een nachtmerrie en hoopt dat het leven hier haar haar positivisme en naïviteit niet al te hard zal ontnemen.

Rachida Lamrabet vertelt in ‘de dingen waar ik bang voor ben’ het verhaal van Teliwel, die op gruwelijke wijze besneden werd toen ze acht was en daarbij bijna het leven verloor. Als ze opgroeit, trekt ze, met gevaar voor eigen leven, ten strijde tegen vrouwenbesnijdenis en spreekt in scholen, dorpsraden en moskeeën om meisjes te waarschuwen en hen op te roepen zich te verzetten,

‘Omdat het lichaam van een vrouw geen altaar is waar iedereen zomaar zijn heilige bloederige offers op kan brengen om god te behagen.’


Uiteindelijk wordt de grond haar te warm onder de voeten en vlucht ze naar België.

Bart Demyttenaere beschrijft de geschiedenis van Nozizwe Dube in een indrukwekkende brief van haar aan haar vader in Zimbabwe, waarin ze zich afvraagt waarom haar vader nooit naar haar, een meisje, omgekeken heeft, maar ineens weer interesse voor haar toont als ze geslachtsrijp wordt en dus geld waard is voor een bruidsschat. Ze beschrijft de gruwelen die in haar land gebeurde onder Robert Mugaba, waar iedereen die tegen zijn regime in opstand kwam gemarteld en vervolgd werd. Haar moeder vlucht naar Brussel, waar Nozizwe in het kader van de gezinsvereniging zich bij haar voegt. Ze zit in het laatste jaar wiskundewetenschappen en verzucht naar haar vader dat hij er gelukkig niet in geslaagd is haar leven te verwoesten.

In het verhaal  Ruiter zonder paard beschrijft Pat Van Beirs  het leven van Zaki uit Afghanistan, die gruwelijk geweld meemaakte. De Taliban sneed de neus van zijn zus af en vermoorden zijn vader voor zijn ogen. Hij is een hartstochtelijk ruiter en ontsnapt ternauwernood op zijn paard Zafur. Hij maakt een gruwelijke ontsnappingstocht onder vrachtauto’s, wordt afgetuigd door de Griekse grenspolitie en komt via een mensensmokkelaar in België. Maar vluchten voor zijn nachtmerries kan hij niet...

“Als een ruiter zonder paard werd ik opgezogen door nachtmerries over de moord op mijn vader. Ik hoop dat hij nu begraven ligt op het kerkhof van onze blauwe moskee waar ik ben grootgebracht. Op dat kerkhof zwermde altijd een vlucht witte duiven, die luid koerden alsof ze wilden zeggen dat je de dood niet hoefde te vrezen, dat de ziel van een goed mens terugkeert in de gedaante van een duif.”


Mijn favoriete verhaal schreef Do van Ranst over Abdulkarim, die ineens midden in een Antwerps café de gerechten van zijn moeder proeft. Zijn moeder verblijft nog in Tanzania, waar ze heen vluchtte nadat zijn vader en zus in Somalië werden vermoord. Een Engels echtpaar ontfermt zich over Abdulkarim, ze willen hem meenemen naar Engeland, maar dumpen hem onderweg, waarna hij moederziel alleen in België beland. In een café ontmoet hij Abbi, die naar Tanzania gaat en die beweert dat ze zijn moeder gaat zoeken voor hem. Hij is te vaak teleurgesteld in de mensheid en luistert nauwelijks naar haar. Tot hij opeens midden in dat Antwerpse café kleine hapjes proefde van eten dat zijn moeder aan haar heeft meegegeven. Kleine hapjes van thuis.

Michael De Cock schreef het laatste verhaal over Mohamed, die door de straten van Athene zwerft op zoek naar eten, levend in ballingschap, verteerd door heimwee:

“Heimwee die nooit zal overgaan. Die je benen zwaar zal maken en je naar adem doet happen, net als nu. Niemand verlaat zijn vaderland ongestraft. Niemand. Nooit.”


Ze komen stuk voor stuk aan, deze verhalen, misschien wel juist omdat ze vaak zo onderkoeld geschreven zijn. De meest gruwelijke gebeurtenissen komen voorbij, maar worden zonder sensatiezucht geschreven. Het zijn literaire verhalen, met vakmanschap en stijl opgeschreven en uitgevoerd in een mooi verzorg boekje met prachtige illustraties van Roman Klochkov. Met regelmaat staan er de meest wonderschone rake zinnen in als:

‘De vrijheid ligt achter een hek. Dat vond je even eigenaardig.’


Ik realiseerde me al lezend ook hoe confronteren en traumatisch het vaak is voor vluchtelingen om bij aankomst alsmaar tot in details hun verhaal te moeten vertellen.

'Ik kan een tocht door de hel niet minutieus reconstrueren. Ik kan de deuren die naar dat verleden leidt, niet openen want achter die deur zijn de stenen waarmee ik mijn verhaal moet heropbouwen gloeien heet. Ik kan mijn verhaal niet vertellen zonder mijn huid te verschroeien.'


Het boek doet in dat opzicht wat het beoogt; het geeft vluchtelingen een gezicht en een geschiedenis en doet je wederom beseffen dat geen mens voor zijn plezier met gevaar voor eigen leven alles achterlaat.


ISBN 9789462670587 | Hardcover | 75 pagina's | EPO Uitgeverij | oktober 2015

© Willeke, 14 december 2015


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Junior Monsterboek 4 Junior Monsterboek 4


Elf verhalen van de hand van Nico De Braeckeleer, Frank Pollet, Rob Baetens, Marina Defauw, Johan Deseyn, Karel Smolders, Kris Kowlier, Ronald Verheyen, Bart Mertens, Tom Bergs & Kris van der Sande en Marie Uiterwijk.

Om maar met de laatste te beginnen: Marie Uiterwijk staat niet zomaar in dit boek! Zij is namelijk de winnares van de schrijfwedstrijd. Dat is nog eens een opsteker als je als jongere van twaalf jaar je eigen verhaal terugvindt in een boek, samen met gerenommeerde schrijvers! En het is niet het minste verhaal – al ligt dat ook aan de individuele smaak van de lezer.

Haar verhaal gaat over twee kinderen, Cas en Emma, die een angstig avontuur beleven bij een enorme treurwilg. Het is spannend en griezelig en laat zien dat deze jongedame een levendige fantasie heeft. Maar vooral getuigt het van talent: een goede opbouw, levendige dialogen en natuurlijk een flinke dosis griezelige elementen.

De verhalen van de andere schrijvers hebben natuurlijk ook een flinke portie griezeligheid:
- Milan wordt wakker onder de grond: hij is levend begraven en al weet hij zich een weg naar buiten te banen, daar doet hij een vreselijke ontdekking.
- Dolly en Tiffany horen allebei hoe hun moeders het over de telefoon over een vreselijk mens hebben, hetgeen te maken heeft met een erg lelijke oude vrouw die aan de rand van hun dorp woont. En dan stelt Ron voor om haar eens een nachtelijk bezoek te brengen...

- De twaalfjarige Elena ontdekt dat haar oma die Indiaanse voorouders heeft, ook vreemde gaven heeft.Maar of die haar kunnen redden als de geest van Chinouk haar belaagt?
- Tims moeder heeft na de dood van haar man een andere man ontmoet. Tim vindt hem vreselijk, dus als ze in dat reservaat in de Verenigde Staten op een monster stuiten dat half mens-half beer is, doet hij geen enkele moeite zijn stiefvader te waarschuwen. Alsof hij zou luisteren...

En het verhaal dat ik persoonlijk het beste vind gaat over Viktor die mailtjes schrijft aan zijn vriend Thomas. De mailtjes worden brieven als Viktor met zijn ouders naar Ameland gaat en hij zijn moderne mediatoestellen niet mee mag nemen. Hij verwacht zich daar vreselijk te vervelen, maar dat gaat nogal meevallen als hij het boekje Proza en Poezie van Ameland op de kop tikt en daar een boeiend verhaal in leest over hoe het een oude verbitterde vrouw verging...

Leuke verhalen, als je van griezelverhalen houdt dan, want stuk voor stuk kunnen ze je uit je slaap houden.  Als dat ook de bedoeling is van de tekeningen dan heeft Bart Mertens de plank misgeslagen, want ook al heeft hij kwaadaardige wezens, griezelige oude vrouwen of enge skeletten getekend, ze hebben zo’n groot humorgehalte dat ze juist erg leuk zijn.

O ja:  jeugd van Vlaanderen en Nederland: die schrijfwedstrijd is er opnieuw, dus doe je best!!
https://www.kramat.be/?q=content/marie-uiterwijk-wint-de-wedstrijd-van-het-junior-monsterboek-2015


ISBN 9789462420380 | Hardcover | 277 pagina's | Uitgeverij Kramat | oktober 2015
Illustraties door Bart Mertens Leeftijd vanaf 10 jaar 

© Marjo, 05 november 2015


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Verzetsverhalen Verzetsverhalen


Levensverhalen van Henk van Moock, Bep Stenger, Fons Mertens, Siet Tammens en Jan van Borssum Buisman
Redactie: Liesbeth van der Horst

De vijf vertellers willen met hun eigen verhaal over het verzet in de Tweede Wereldoorlog een soort getuigenis afleggen. Het zijn verhalen om nooit te vergeten. Gruwelijke gebeurtenissen, aan het papier toevertrouwd, om door te vertellen aan jongere generaties maar ook om te spreken voor de hen die de oorlog niet overleefden. Levensverhalen van vijf verzetsstrijders wil een herinnering zijn aan al die dappere mannen en vrouwen die zich hebben verzet tegen deze verschrikkelijke oorlog.


Achter op het boek staan vijf foto's uit de jonge jaren van deze verzetsstrijders met daarnaast een korte samenvatting over hun inzet tijdens het verzet in de Tweede Wereldoorlog. In het boek zijn aan het eind van elk van hun verhaal ook foto's te zien uit hun kinderenjaren, foto's die betrekking hebben op de oorlogstijd en foto's van de vertellers nu. Deze foto's brengen hun verhalen nog meer tot leven en geven extra inzicht bij de verhalen. Een aantal van deze mensen vertellen nu hun verhaal aan de jeugd met, zoals zij zelf zeggen, het doel om de Tweede Wereldoorlog niet te vergeten, zoiets mag nooit meer gebeuren...


Ieder verhaal heeft een eigen titel en dat van Henk van Moock heet Geen leven zonder verzet.  Elk verhaal begint met een terugblik op de jeugdjaren, die van Henk van Moock spelen zich af in de jaren dertig in De Jordaan. Wat als een rode draad door zijn levensverhaal geweven zit, is dat Van Moock een groot doorzettingsvermogen heeft en daarnaast een nog groter gevoel voor humor. Ondanks of misschien wel dankzij de enorme armoede en ellende die Henk meemaakt in zijn jeugd, komt hij in opstand. In 1927 loopt hij op tienjarige leeftijd al mee in een demonstratie tegen de terdoodveroordeling van de Amerikaanse Sacco en Vanzetti, vandaar de titel van het hoofdstuk.

Voor Henk van Moock is verzet een levenshouding. Henk vertelt zijn verhaal met heel veel humor en daardoor zou je bijna vergeten hoe veel ontberingen hij heeft moeten doorstaan. De rij concentratiekampen in zijn verhaal is eindeloos, Schoorl, Amersfoort, Vught, Eindhoven, Dachau, Kempten, Auschwitz, Mauthausen, Melk en Ebensee.
In 1995 sprak hij Simon Wiesenthal. De vrouw van Wiesenthal vroeg haar man eens waarom hij niet stopte met de vervolging van oorlogsmisdadigers en hij antwoordde haar:

Ik heb zes jaar in in de Russische barak in Mauthausen gezeten en ik ben de enig overlevende van de 100 gevangenen die daar zaten. Het zou verraad zijn aan die honderd die zijn omgekomen als ik zou ophouden. En je wilt toch niet leven met een verrader?


Henk vertelt dat die woorden ook voor hem gelden en daarom blijft hij zijn verhaal vertellen, zoals hij zelf zegt 'tot mijn laatste ademtocht.'

Het hoofdstuk van Bep Stenger heeft als titel Verzet in Nederlands Indië. Het voorwoord is geschreven door voormalig minister van Volksgezondheid Els Borst die, heel wrang, zelf door geweld om het leven is gekomen. In dit voorwoord schrijft Borst dat wij het uitgangspunt van Bep Stenger zouden moeten kiezen en niet de negatieve maar de positieve dingen naar voren moeten halen. Bij Stenger doelt zij hierbij op het feit dat Bep, ondanks dat zij nare ervaringen beleefde met de Japanse bezetter, niet generaliseerde. Bep Stenger had ook ervaringen met vriendelijke bewakers en daardoor was zij van mening dat je niet het hele Japanse volk verantwoordelijk kunt stellen voor de gruwelijkheden van de oorlog. Een moedig standpunt als je leest wat Bep Stenger die jaren in het kamp heeft moeten doorstaan.

Opnieuw lezen we in het levensverhaal van Bep dat zij het zelf heel normaal vond om in verzet te komen. Dat geldt overigens voor alle vijf verzetsstrijders die in dit boek aan het woord komen. Tijdens een lezing in het verzetsmuseum op 21 mei 2015 vertelden ook Joke Folmer en Herbert von Saher (beide voormalig verzetsmensen) eenzelfde verhaal. Hun bescheidenheid over de verzetsdaden die zij hebben verricht is tekenend. Ze vertellen zonder uitzondering dat het helemaal niet zo bijzonder is wat ze hebben gedaan en dat ze zeker geen helden zijn. Het lijkt erop dat verzetsmensen een natuurlijke aandrang voelden om zich te verzetten en zij dit zelf als heel vanzelfsprekend ervaren.

Dat gold ook voor Fons Mertens, wiens hoofdstuk de titel Een Limburgse onderwijzer in het verzet heeft meegekregen. Het eerste deel van zijn verhaal lijkt te komen uit een spannend jongensboek, maar later breken er toch ook voor Fons Mertens spannende tijden aan.
In 1939 ging hij met zijn broers en een aantal vrienden nog op fietsvakantie. Als de oorlog echter uitbreekt begint hij met zijn broers en een aantal anderen, illegale krantjes te verspreiden om de leugens van de Duitse propaganda te ontmaskeren. Zo rolde Fons als het ware vanzelfsprekend het verzet in. Daar kwamen steeds meer verzetsdaden bij en op een gegeven moment moest hij zelfs onderduiken om aan erger te ontsnappen.

Fons die al tijdens de oorlog onderwijzer was is ook later op scholen zijn verhaal gaan vertellen als jeugdvoorlichter. Dat is een groep mensen die allemaal iets hebben meegemaakt in de oorlog en het belangrijk vindt hiervan de jeugd bewust te maken. Fons vertelt nog dat hij ondanks de verschrikkingen toch blij is dat hij de oorlog heeft meegemaakt. 

De hulpvaardigheid, de saamhorigheid, de opofferingsgezindheid, de vriendschap; dat zijn deugden die juist in tijden van gevaar en onderdrukking boven komen. Ook dat is goed om aan de jeugd over te dragen.


Ten slotte zijn er nog de levensverhalen van Siet Tammens en Jan van Borssum Buisman. Beide ook zeer de moeite waard om te lezen. Siet komt van het Groningse platteland en Jan is de zoon van, en later zelf, de conservator van het Teylers Museum in Haarlem. Ook Siet en Jan willen niet graag de titel held opgeplakt krijgen. Het blijft bijzonder voor mij om dat steeds weer te lezen. Ik heb me zelf als naoorlogs kind vaak afgevraagd of ik moedig genoeg zou zijn geweest om te kiezen voor het verzet. Ik kan die vraag nog steeds niet goed beantwoorden. Na het lezen van dit boek ben ik er wel van overtuigd dat het 'gewone' mensen kan inspireren om in verzet te komen tegen onrecht. Daarom is het ook goed dat deze verhalen verteld blijven worden en dat is ook de reden waarom Jan van Borssum Buisman bereid was om zijn verhaal te vertellen. We leren van hen dat je geen held hoeft te zijn, maar dat je gevoel en de omstandigheden er voor kunnen zorgen dat je wel zomaar een held kunt worden.
 


ISBN 9789057303548 | Paperback | 496 pagina's | WalburgPers | juni 2015
De verhalen zijn opgetekend door: Liesbeth van der Horst, Nadet Somers, Gerard Sonnemans, Marius de Smet en Marc Couwenbergh

© Ria, 22 juli 2015


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Het Oostblokboek Het Oostblokboek


Hellen Kooijman & Guido van Eijck (samenstellers)

Dit jaar vierden we dat 25 jaar gleden de muur viel, wat de inzet van het einde betekende voor een groot aantal communistische regimes in het voormalig Oostblok.


In dit boek gaan zo’n twintig journalisten, correspondenten en historici op zoek naar zichtbare sporen van dat voormalige Oostblok. Alle landen worden afzonderlijk behandeld, voorafgegaan door een uitgebreide inleiding over hun heden en verleden.
Het boek laat een keur van standbeelden, monumenten en gedenkplaatsen zien, maar biedt ook, mijn favoriete gedeelte van het boek, ruimte voor zaken die universeel waren voor het héle Oostblok. De Oostblokkeuken bijvoorbeeld, of de ondergrondse muziekscene die clandestien zoveel mogelijk westerse invloeden probeerde binnen te smokkelen.
Verder natuurlijk de communistische woonblokken, die van Oost Berlijn tot diep in Rusland inwisselbaar waren, de Oostblokhotels, vaak vol microfoons, onderwereldfiguren en te vriendelijk óf te onbeschoft personeel en tenslotte uiteraard de plaatselijk gangbare auto zoals de Lada en de Dacia. Auto’s waarbij een goed humeur, controle over het driftleven en een groot improvisatievermogen uiterst noodzakelijk waren. Uw recensent bezat ooit een exemplaar met een röntgenfoto als zijraam. Je moet wat als er even geen echte ruiten voorradig zijn.

Voor de schoonheid van de kunst hoef je dit boek niet te lezen, op een enkele uitzondering na gaat het om grauwe propaganda die de lof op het vaderland, een communistische held of de arbeider bezingt en bijna alle beelden hebben als gemene deler dat ze vooral gróót zijn. Moederbeelden van Rusland van 80 meter hoog waren  geen uitzondering.
Indrukwekkender zijn wat mij betreft de gedenkbeelden voor slachtoffers van de regimes zoals het beeld in Kiev wat de 33.000 Joden gedenkt die in 1941 om het leven kwamen. Slachtoffers van de communistische terreur komen er meestal slechter af. In de Oekraïne kwamen bij executies in Bykivnja 120.000 tot 130.000 mensen om het leven. Zij worden vooral herdacht door door de bevolking neergezette kruisen tussen de dennenbomen, met soms een naambordje, een foto of een icoontje.
Ook van gevangenismonumenten in het Oostblok wordt je meestal niet vrolijk. Hier vonden vaak martelingen en executies plaats, net zoals in gebouwen die toentertijd van de geheime dienst waren.
Wél vrolijk werd ik van De weg naar vrijheid, een monumentaal eerbetoon aan twee miljoen Esten, Letten en Litouwers die hand in hand een lange menselijke keten vormde in 1989 voor hun onafhankelijkheid.
De Litouwse beeldhouwer Tadas Gutauskas metselde in 2010 een honderd meter lange, drie meter hoge muur van 21.000 bakstenen in de kleuren van de Litouwse vlag. Burgers konden online een steentje kopen met hun naam erin.

Ook regelmatig voorkomend in het boek; paleizen van voormalig dictators die nu een andere functie hebben, zoals het megalomane paleis van de Roemeens dictator Ceausescu, met een omtrek van 270 bij 240 meter in oppervlakte het grootste gebouw van Europa. Het is 28 verdiepingen hoog en het hardnekkige gerucht was dat het vanaf de maan te zien was, wat niet zo bleek te zijn.
De Roemenen wilden het eerst slopen omdat dit gebouw het symbool was geworden van alles wat er fout was in het land, maar kregen dit toch niet over hun hart omdat het hele volk veertig jaar krom had gelegen voor dit gebouw, er twee dozijn bouwvakkers overleden tijdens de bouw en er 40.000 mensen gedwongen voor moesten verhuizen.

Interessant is de wijze waarop de verschillende landen met hun communistische erfenis om gaan. Sommige landen konden de sporen niet snel genoeg wegwerken, in andere landen is er duidelijk sprake van Sovjetnostalgie.
In veel landen zijn de beelden van Lening en Stalin vermorzeld, maar in andere landen, zoals in Wit Rusland, staan ze nog fier overeind alsof er niets gebeurd is. In andere landen zie je soms onverhoopt ergens een weggemoffelde in zeildoek ingepakte Stalin bij een achteringang staan.
Ook grappig zijn de symbolen en monumenten die voorheen een teken waren van machtsvertoon zoals bijvoorbeeld de 750.000 resterende bunkers in Albanië, die nu  gebruikt worden opslagplaats  of in sommige gevallen als hotel; de bed& Bunker, keurig in pasteltinten geschilderd.
Soms wordt er  ook opzettelijk de draak gestoken met het communistisch verleden zoals bijvoorbeeld bij een van coliva (een zoete pudding die de Roemenen eten als er iemand overleden is) gemaakt standbeeld van Lenin. Dat geeft de uitdrukking “zoete wraak” ineens een heel andere lading.

Dit boek is een aanrader voor drie categorieën lezers, ten eerste voor de toeristen die die kant op gaan en met dit boek in de hand op heel veel plaatsen zullen komen die ze anders over het hoofd gezien zouden hebben, ten tweede voor de in geschiedenis geïnteresseerde lezer die al lezend heel wat grote en vooral kleine weetjes tot zich nemen zal die de geschiedenisboeken niet altijd gehaald zullen hebben en ten derde voor de nostalgische lezer die door het Oostblok reisde of daar een periode woonde. Voor hem of haar zal het lezen van dit boek één feest de herkenning zijn.

Omdat het Oostblok vol staat met dit soort kleine en grote monumenten haalde niet alles het boek. Meer is te vinden op de website http://www.oostblokboek.nl


ISBN 9789046817605 | Paperback | 205 pagina's | Nieuw Amsterdam | oktober 2014

© Willeke, 30 december 2014


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Ik & Mezelf Ik & Mezelf


Ik & Mezelf
verhalenbundel
Natasja Bijl, Anne-Roce C. Hermer, Karin & Dimitri, Mandy Verleijsdonk, Monique van den Brok, Karin Hazendonk, Odile Schmidt-Nouhan en Dennis van Elten


In Nederland kampen jaarlijks duizenden mensen met psychische problemen. Ieder jaar neemt het aantal mensen met depressie, ADHD, eetproblemen, angststoornissen en andere psychische ziektes toe.  Kenmerk van deze ziektes is dat ze grotendeels onzichtbaar zijn, je kunt beter een gebroken been hebben, is een veel gehoorde uitlating, dan zien ze tenminste dat er iets met je aan de hand is. Gevolg is dat er vaak en veel in stilte geleden wordt en mensen tegen veel onbegrip en veroordeling aanlopen; dat je je niet aan moet stellen, of dat je je er overheen moet zetten, of dat zij zich ook wel eens down voelen etc.
Dooddoeners waar mensen met psychische problemen niets mee kunnen. Bij hen gaat het niet om een middagje of een week, maar om iets wat in meer of mindere mate altijd aanwezig is en soms allesbepalend is, vooral ook in het begin van je leven als je je leven nog helemaal vorm moet gaan geven.

In deze verhalenbundel geven acht auteurs een gezicht aan iemand met een psychische ziekte. 
Soms is het verhaal autobiografisch, soms het verhaal van een bekende, soms fictie en in één geval zelfs een sprookje.
De hoofdpersonen zijn allemaal jong en stuk voor stuk zijn hun verhalen schrijnend.
We lezen over een moeder die haar puberdochter moet laten opnemen in een psychiatrische inrichting, over Dana, die slachtoffer is van loverboys en verkrachting en die nu kampt met zware depressie, over Timor die manisch depressief is, over Amanda die anorexia heeft en zichzelf bijna letterlijk uithongert en een sprookjesachtige vertelling over Pieter die stemmen in zijn hoofd hoort.
Verder bevat het de biografische verhalen van Mandy die een dwangstoornis heeft, Monique, die last heeft van een posttraumatische stressstoornis heeft, na een incestverleden en Dennis die depressief is en hersenletsel heeft. Dit laatste verhaal is meteen ook een aanklacht tegen de wirwar van instanties en bureaucratie, die het lijden en de chaos in zijn geval alleen maar groter maken.

De verhalen verschillen onderling enigszins van kwaliteit, maar hun appel is duidelijk en indringend; kijk verder dan je neus lang is, oordeel niet meteen, heb compassie voor het vaak onmenselijke lijden wat mensen hebben moeten doorstaan en laat je niet afschrikken door iets wat je niet meteen begrijpt.

De opbrengst van Ik & Mezelf gaat naar het fonds Psychische gezondheid, een fonds wat zich sterk maakt voor mensen met een psychische aandoening en wat onderzoek en voorlichting financiert.


ISBN 9789491884 | Paperback | 142 pagina's | Scelta Publishing | november 2014

© Willeke, 25 november 2014


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Red Star Line Antwerpen 1873 – 1934 Red Star Line Antwerpen 1873 – 1934


*

Dit boek hoort bij de permanente tentoonstelling in het Red Star Line Museum te Antwerpen, dat zijn deuren opende op 28 september 2013. Het museum in gehuisvest in de gebouwen van de Red Star Line, een rederij die miljoenen passagiers vervoerde. Het museum en het boek vertellen ook de geschiedenis van de migratie. Het boek is geschreven door diverse specialisten en voorzien van prachtige foto’s en archiefstukken. Dat laatste zorgt ervoor dat alleen al bladeren in dit boek een groot genot is!

Het hoofdstuk Het verhaal van een plek beschrijft hoe het museum tot stand is gekomen in de gebouwen van de Red Star Line. Het beschrijft de geschiedenis van de bouwwerken en de restauratie. Foto's van de blauwdrukken uit 1920 uit het stadsarchief van Antwerpen zijn afgebeeld in het boek, evenals foto's van de renovatie en het opbouwen van de tentoonstelling.

Het is echt jammer dat ik u in deze recensie niet de prachtige foto's kan laten zien die een heel mooi tijdsbeeld geven van de mensen die een nieuwe toekomst tegemoet gingen, de landverhuizers.
Van de North Atlantic Shipping Conference, die in 1908 werd opgericht, kreeg de Red Star Line 9,71 procent van het migrantenverkeer richting Amerika en 8,56 procent in de omgekeerde richting toebedeeld. Een prachtig beeld van deze emigranten kunnen we aanschouwen op de schilderijen van Eugeen van Mieghem en andere kunstenaars in het hoofdstuk Eugeen van Mieghen en de migranten in de kunst. De afbeeldingen van deze schilderijen staan in het boek.
Het verhaal van deze mensen en de omstandigheden waaronder zij reisden wordt eveneens uitgebreid beschreven in dit boek, zoals in het hoofdstuk Een Belgisch Verhaal, waarin van de Belgische emigratie naar Noord-Amerika wordt verhaalt. Belgische emigranten trokken met name naar twee regio's, de industriële noordoostelijke staten en de Midwest en dan vooral de staten rond de Grote Meren. Beschreven staat hoe zij zich daar vestigden en welke moeilijkheden zij daarbij ondervonden. Net als veel migranten probeerden zij ook iets van hun eigenheid te bewaren, zoals in De Belgian Notes Band of het uitgeven van een Gazette Detroit. Maar zo lezen we in het boek op bladzijde 131:

Het is een mooie paradox: juist door de landverhuizers houvast te bieden, maakten clubs, kerken en andere sociale structuren de opname in de Amerikaanse samenleving vlotter. Vergeten is de Belgische of Vlaamse of Waalse afstamming vandaag daarom niet – velen koesteren ze zelfs – maar ook voor hen is het veeleer een identiteit die ze actief willen herontdekken dan één die ze dagelijks beleven.


Deze quote kan ook toegepast worden op het hoofdstuk Een universeel verhaal, een verhaal over migratie, het grote menselijke verhaal en tevens het laatste hoofdstuk van het boek:

Wat dat verhaal zal zijn, zal in sterke mate afhangen van de wijze waarop we met de nieuwe vormen van menselijke mobiliteit zullen omgaan: als een bedreiging of als een bron voor vernieuwing.



Zowel het museum als het boek over de Red Star Line laten ons zien dat migratie geen nieuw verschijnsel is, maar dat het van alle tijden is. Of het nu gedwongen is of uit vrije keuze, het brengt altijd de nodige kansen en teleurstellingen met zich mee. Ik ga zeker nu ik kennis heb genomen van dit boek ook het museum in Antwerpen een keer bezoeken.

*Schrijvers: Guy Alroey, Nadia Babazia, Bram Beelaert, Anna Chiara Cimoli, Torsten Feys, Marie-Charlotte Le Bailly, Kate Lemos Mc Hale, Linda De Vroey, Bart Huysmans, Barry Moreno, Eric Rinckhout, Richard Southwick, Andreas Stijnen, Eric Vanhaute, Robert Vervoort, Lien Vloeberghs, Joris Wauters en Michel Wuyts - Op pagina 236 en 237 van het boek vindt u uitgebreide informatie over alle auteurs. -

Zie ook http://www.redstarline.be/nl


ISBN 9789063066444 | Gebonden | 240 pagina's | Davidsfonds & Red Star Line Museum | oktober 2013

© Ria, 28 mei 2014


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

De historische canon van Tilburg in vijftig verhalen De historische canon van Tilburg in vijftig verhalen


o.a. Joep Eijkens,  Ronald Peeters,  Ed Scholders, Jeroen Ketelaars, Paul Spapens

In deze vijftig verhalen krijg je een aardige indruk van de geschiedenis van Tilburg. Beginnend met de middensteentijd: 8800 jaar voor Christus, tot het jaar 2009 erna: toen werd er gevierd dat de stad 200 jaar stadsrechten had. De oudste restanten die gevonden zijn, zijn waarschijnlijk afkomstig van groepen rondtrekkende mensen, er was nog geen sprake van Tilburgers. In het museum ligt het oudste muziekinstrument: een zoemsteen.

Het oudste document met de vermelding waarin de naam van de stad herkenbaar is, is dat waarin beschreven werd dat Bisschop Willibrordus een aantal hoeves ten geschenke kreeg.  Het stamt uit 709: ‘Tilliburgus’ heette het toen. ‘Til’ betekende waarschijnlijk ‘nieuw verworden land’,  ‘burgis’ is waarschijnlijk afgeleid van ‘burgus’ hetgeen nederzetting betekent.

Vanaf de elfde eeuw was Tilburg niet meer dan een verzameling boerennederzettingen op een verhoogde zandrus te midden van moerassen en loofbomen, tussen de Donge en de Ley. Enkele hoeves bij elkaar verbonden door landwegen met in hun midden een weide heette ‘herdgang’. De herder leidde er zijn schapen langs, iedere dag weer, op weg naar de hei. Een paar van zulke structuren zijn in Tilburg nog steeds zichtbaar. Na 1700 ontstond er bebouwing langs de landwegen - lintbouw-  en de eerste kleine fabriekjes ontstonden in de negentiende eeuw. En zo groeide Tilburg uit tot de fabrieksstad, bekend om zijn textielindustrie, dat weer teloor ging in de naoorlogse jaren.

In vogelvlucht lees je in korte verhalen over deze geschiedenis, terwijl ook figuren beschreven worden die belangrijker waren voor de stad: de beschermheilige St Dionysius, die maar liefst twee kerken naar zich genoemd kreeg. Natuurlijk wordt er ook over het religieuze leven verteld: Tilburg had in verhouding de meeste kloosters! Vele frater- en zustergemeenschappen streken hier neer. Er was sprake van onderdrukking: je had hen maar te gehoorzamen, maar ze hebben ook veel goeds gedaan: ziekenhuizen scholen opgericht, waar ook de arbeiders terecht konden.

Er wordt aandacht besteed aan de kunst; aan de muziek, vooral aan het feit dat Tilburg uitgegroeid is tot een culturele hoofdstad. De oorlogen komen voorbij, Marietje Kessels, Peerke Donders, ha, en Guus Meewis (die niet eens Tilburger is!).

Ik heb nog niet eens de helft van de vijftig verhalen genoemd, zoveel staat er in. En steeds volop voorzien van fotomateriaal, oud en nieuw.


ISBN 9789077643068 | Paperback | 162 pagina's | Stadsmuseum Tilburg | 2008
Foto’s door o.a. Jan Stads

© Marjo, 03 maart 2013


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

Junior Monster boek Junior Monster boek


Junior Monsterboek 1
Frank Pollet, Johan Deseyn, Nico de Braeckeleer, Rob Baetens, Karel Smolders, Kris Kowlier, Ronald Verheyen, Ludo Enckels, Marian Theunissen


Dit boek bevat negen griezelverhalen van verschillende auteurs. Verhalen die je maar beter niet voor het slapen gaan kunt lezen; ze zijn niet alleen erg griezelig, in een aantal er van speelt een droom een grote rol.  Ofwel een droom die uitkomt, ofwel een gebeurtenis die voelt als een droom maar het niet is. Brr, je doet geen oog meer dicht!

Er zijn overigens ook verhalen waar je een sterke maag voor moet hebben. Dat begin al goed in het verhaal van Frank Pollet. Daarin houdt een jongen ratjes op zijn kamer. De man van wie hij ze kreeg zei iets raadselachtigs: hij moest oppassen met zuur! Wat dat te betekenen heeft? Bert heeft geen idee. Maar helaas voor hem komt hij daar snel achter! En de lezer ook.
En dan het verhaal Nico de Braeckeleer. Remko is van plan om beroemd te worden met zijn monsterstripverhalen, en tekent wanneer het maar kan. Dat is ook in de les van de leraar Nederlands, die het niet kan waarderen. Remko moet een flinke hoeveelheid strafwerk maken. Boos tekent hij de leraar als slachtoffer in zijn strip. De volgende dag is de man niet op school! Een klasgenoot die hem ergert verdwijnt ook. Maar dan maakt zijn zus hem boos…
Johan Deseyn maakt dat je verre zult blijven van circussen, in ieder geval in het donker: het nachtelijk avontuur in een geheimzinnig circus laat je niet onberoerd.
Enkele verhalen hebben iets extra’s: ze zijn geschreven rondom een historische gebeurtenis. Persoonlijk houd ik daar wel van. Ronald Verheyen bijvoorbeeld laat zijn verhaal spelen in Schotland, waarin de slag bij Killiecrankie van 1689, waarbij de Jacobieten verslagen werden door ene Willem van Oranje, een rol speelt. Was Verheyen een Nederlandse schrijver geweest, dan zou Willem vast meegespeeld hebben. Nu gaat het over de legende van de Engelse soldaat de over een kloof is gesprongen en de heks, die lijken beroofde.

Aangezien smaken van lezers net zo verschillen zullen de reacties op de verschillende verhalen heel wisselend zijn.
Nog even: er is slechts één vrouw te vinden tussen de schrijvers! Marian Theunissen schreef over een griezelig avontuur dat een stel verkenners beleeft als ze op kamp zijn. Een gids waarschuwt hen niet naar het eiland te gaan, maar Viggo, Teun en Lennert hebben hun vlot nog niet uitgeprobeerd en belanden er natuurlijk toch. Het is een prima verhaal, maar nu zou het nog leuker geweest zijn als er meisjes in gefigureerd zouden hebben! Want die zijn in al die verhalen enkel als bijfiguren te vinden. Gemiste kans.
Voor een nieuw verhaal begint, kun je een kort profiel lezen van de schrijver, met een bibliografie. Ook staan er paginagrote zwart-wit tekeningen in, tussen de verhalen.


ISBN 9789079552832 | Hardcover | 200 pagina's | Uitgeverij Kramat | oktober 2012
Leeftijd vanaf 10 jaar. Illustraties van Steven Dhondt.

© Marjo, 24 februari 2013


Lees de reacties op het forum en/of reageer:

 

De overgang... en nu?


De overgang... en nu?
Praktisch gids voor elke vrouw in de overgang
Diverse auteurs


De eerste indruk is positief, een mooi verzorgd boek met een duidelijke indeling en foto's van wat oudere vrouwen en geen jonge meisjes met grijs haar zoals ook wel eens in boeken over de overgang getoond worden.

Het boek begint na de inleiding, het inhoudsoverzicht en een test met hoofdstuk 1 Wat gebeurt er tijdens de overgang?  Er volgt een klip en klare uitleg over de menstruatie en het afnemen en uiteindelijk ophouden daarvan. Verteld wordt wat er dan allemaal in je lijf gebeurt en welke hormonen sterker of zwakker gaan werken. Een mooie grafiek licht dit alles toe. Dan springen we over op de verandering in organen en lichaamsstelsels, veranderingen van huid en haar, de breder wordende taille, botten, spieren en gewrichten, cholesterol, hersenen, gevoelens, geheugen en stemming etc. Dit alles komt in vijf pagina's voorbij flitsen. Waarna we overstappen op vroegtijdige overgang en ineens zitten we weer bij de menstruatie onder de kop 'Abnormaal bloedverlies'.
Op de bladzijden staan, tussen of naast de tekst, foto's van oudere vrouwen, grafiekjes, en tekstjes in kaders. Allles rond de diverse overgangsverschijnselen wordt wel genoemd en een beetje uitgewerkt maar dat is het dan ook.

Maar de hoop is gevestigd op hoofdstuk 2 getiteld 'Zelf overgangssymptomen bestrijden' dat begint met de bekende opvliegers. Er wordt verteld wat vermoedelijk een opvlieger is en dat je een opvlieger krijgt als je hersenen vinden dat je lichaam oververhit raakt. Ook zijn er enkele voeding- en vitaminetips, welke leefstijl goed is, welke kruiden, homeopathische middelen en/of medicijnen kunnen helpen. Verder wordt er een buikademhalingsoefening gegeven die de frequentie van opvliegers vermindert. Uitstekende tips, hoewel alles wel een beetje erg kort van stof is, hormoontherapie ter bestrijding van opvliegers lijkt favoriet te zijn. Daarna gaan we snel door het nachtzweten, vermoeidheid, slapeloosheid (warme melk helpt écht), concentratieproblemen, depressie, stemmingswisselingen, blaasproblemen, huidveranderingen, pijnlijke borsten, darmklachten etc heen. Het grappige is dat er regelmatig verwezen wordt naar pagina 42, mediteren, dat schijnt namelijk goed te helpen tegen overgangsklachten... En op die pagina 42 staan precies drie zinnen over mediteren! Verder geen oefeningen, niets.


En dan komen we bij het hoofdstuk 3 met de titel Houd je botten gezond, wat kennelijk makkelijker bespreekbaar is dan die overgang met al zijn 'vage' klachten. Uitgebreid wordt ons verteld hoe botten gevormd worden, over hoe botten bekeken kunnen worden (dankzij o.a. röntgenfoto's jawel!) hoe je botten sterk kunt houden etc. De hele botbespreking beslaat 20 pagina's, al het voorgaande, inclusief inleiding, inhoudsoverzicht, een test van 3 pagina's en hoofdstuk 1 en 2 besloegen 59 pagina's.


Ook seks en seksualiteit krijgt ruim aandacht, opnieuw 20 pagina's waarin we bijv. kunnen lezen hoe de vagina verandert (met tekeningen), er staan een paar yoga-oefeningen in om je seksuele energie te stimuleren, glijmiddelen worden besproken, standjes worden getoond (met nette foto's), over condooms, de pil en andere middelen om bevruchting te voorkomen kunnen we ook lezen... Prima gedaan maar... zouden de schrijvers denken dat ze met pubers te maken hebben? Zouden mensen van rond de vijftig jaar dit nu echt niet weten?


Dan volgen nog de hoofdstukkken 5, 6 en 7 over gezonde voeding, bewegen, en gezond leven.
Welke vitamines en mineralen zijn goed voor een vrouw in de overgang? Welke etenswaren bevatten oestrogeenachtige stoffen? etc. Ook prima allemaal.  En bewegen... Tja, wat heeft het met de overgang te maken? Natuurlijk is bewegen goed, maar dat geldt voor iedereen. Er staan enkele oefeningen in die ik vaker ben tegengekomen in bijv. yogaboeken en er worden enkele sporten besproken zoals wandelen, zwemmen, aerobic, fitness, niets nieuws onder de horizon en ook niet gericht op de overgang ook al willen ze het wel zo doen overkomen,
Gezond leven is natuurlijk ook iets wat voor iedereen geldt. Weinig alcohol, niet teveel koffie, niet roken met tips hoe je kunt stoppen, goed eten, positieve levensinstelling, verminder stress etc. het staat er allemaal in. Ook niet specifiek voor een vrouw in de overgang.

Uitstekend is hoofdstuk 8 Hoormoontherapie  Er wordt heel goed uitgelegd welke hormonale middelen er allemaal bestaan en in welke vorm  ze gebruikt kunnen worden zoals pleisters, pillen, gel. Van elke vorm worden de voor- en nadelen gemeld. Ook wordt duidelijk verteld wat die middelen precies doen, waar ze uit bestaan en wie ze beter niet kan gebruiken.


Hoofdstuk 9 geeft Alternativen voor hormoontherapie veel kruiden, kruidenmengsels en hun werking zijn daarin te vinden evenals diverse voor- en nadelen van andere alternatieve behandelwijzes zoals acupunctuur, homeopathie, voetmassage, reflexologie, NLP en yoga. Er wordt in het kort verteld wat het is en wat het doet. Jammer dat deze lang niet zo uitgebreid besproken worden als de hormoontherapie.


In hoofdstuk 10 Zorg voor je lichaam is aardig maar ook niet specifiek voor een vrouw in de overgang. Facelifts, botoxbehandeling, huid reinigen, verzorging van handen en tanden, benen, oren, nagels en haarkleuring, ogen laseren, rug en houding worden besproken in vrij korte stukjes. Het is allemaal gericht op een ouder iemand, dat wel, maar wat het met de overgang te maken heeft? Deze tips kunnen mannen ook veelal gebruiken.

Hoofdstuk 11 Ziekte en gezondheid  bespreekt algemene ouderdomsaandoeningen zoals bijv. spataderen maar ook specifieke vrouwenaandoeningen zoals borst- en baarmoederkanker. Op een uitstekende en integere manier wordt uitgelegd, middels tekeningen, hoe onderzoeken verlopen en wat er gebeurd als bijvoorbeeld de borst of baarmoeder al dan niet gedeeltelijk wordt verwijderd. Zeer verhelderend.


Kortom een boek dat wel en niet voldeed aan mijn verwachtingen. De typerende overgangsklachten worden summier besproken. Ook worden er weinig bruikbare tips gegeven om deze klachten binnen de perken te houden.
Het ouder worden, de verzorging voor lijf en leden en eventuele behandelingen bij klachten van algemene aard zijn wél goed en uitgebreid behandeld, maar daar had ik het boek niet voor gekocht. Het is duidelijk dat de hormoontherapie de voorkeur heeft ondanks de vrij neutrale informatie. Wat ik mis daarin is de waarschuwing dat als vouwen daarmee stoppen de klachten weer net zo hard terugkomen.
Ook mis ik een waarschuwing bij de kruiden. Zilverkaars en St. Janskruid zijn niet van die onschuldige kruiden die zomaar gebruikt kunnen worden.
De alternatieve behandelingen worden wel genoemd maar niet heel uitgebreid zoals de hormoontherapie.
Het is zeker geen slecht boek, maar toch is het niet specifiek een boek voor vrouwen in de overgang zoals de titel belooft, daarvoor zijn de teksten toch te algemeen op een enkele uitzondering na. Het is een boek voor de oudere vrouw, wat iets anders is dan een vrouw in de overgang, en als zodanig is het een uitstekend boek.


ISBN 9789049102289 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij het Spectrum | september 2009

© Dettie, 30 januari 2013


Lees de reacties op het forum en/of reageer: