Marian De Smet
Geen bereik
“De rotswand kaatste mijn schreeuw kil terug. Wanhopig graaide ik om me heen, op zoek naar houvast, en haalde daarbij mijn handen en armen open. Koud van angst werd ik. Mijn voeten trappelden in het luchtledige. Mijn vingers scharrelden alleen maar pijn bij elkaar. En dan de klap. Een vlammende steek schoot door mijn enkel, mijn rugzak rukte bruusk aan mijn schouders en mijn hoofd smakte tegen de ruwe wand. Meteen keek ik omhoog, snakte naar de adem die ik had achter gelaten”.
Leo en David zijn vrienden. Goede vrienden. Zulke goede vrienden dat David met Leo mee gaat kamperen in de bergen. Ook al geeft hij eigenlijk niets om bergen, en al helemaal niet om bergbeklimmen. Maar zijn vriend wel, dus gaat hij mee. Al kent zijn meegaandheid grenzen. Als David na de zoveelste bergtocht met zere voeten boven op de top op last van zijn vriend wederom de berglucht diep in moet snuiven, die volgens hem toch echt het meest naar koeienvlaai ruikt en waarbij er altijd wel één fruitvliegje mee naar binnen wordt gezogen, vindt hij het mooi geweest. Als Leo vraagt of hij wéér mee een berg op, wint het uitzicht op twee mooie Duitse meiden in monokini het toch echt van de bergen, en gaat zijn vriend alleen op pad. Hij zou wel bellen als hij boven op de berg was. Maar Leo belt niet. Dagen later wordt zijn mobieltje zonder bereik uren ver lopen van de berg die hij zou gaan beklimmen gevonden. De plaatselijke autoriteiten en neergedaalde journalisten zijn dan al dagen naar Leo op zoek. Wat is er gebeurd?
“Geen bereik”wordt verteld vanuit drie verschillende personages. Leo. David, en Nanou, een meisje wat hoog op de berg woont, ver weg van de bewoonde wereld, Manou wordt door haar moeder ver van de bewoonde wereld weg gehouden. Waarom dat is daar komen we later pas achter.
“Je kon me onmogelijk zien liggen vanaf het pad, maar ik had wel een perfect zicht op op de bergwandelaars. Moeder wist niets van deze plek. Het was ook pas sinds een jaar of twee dat ik me zo dicht bij de mensen durfde wagen, tot dan maakte ik me het liefst zo snel mogelijk uit de voeten als ik ze hoorde of zag. Maar nu vond ik het fijn om ze bezig te zien, en altijd was ik op zoek naar het gevaar dat, volgens mijn moeder, in hen zou schuilen. Om eerlijk te zijn vond ik ze gewoontjes, soms zelfs zielig. En ook al zei mijn moeder honderd keer dat mensen die van de bergen houden nog de beste soort zijn, ik mag ze nooit vertrouwen. Nooit”
Nanou vindt Leo, en Leo denkt dat zijn redding nabij is. Maar dat is nog niet het geval. Integendeel. Fragmentarisch komen we al lezend steeds meer te weten van de drie hoofdpersonen, en van wat er in het verleden gebeurd is.
Het knappe van dit boek is vooral de spanningsboog. De informatie wordt in partjes gegeven, en de puzzelstukjes vallen langzaam maar zeker in elkaar tot op de laatste bladzijde toe. En zelfs dan weten we nog niet helemaal hoe het verder zal gaan, en of de betrokken net als wij óók begrijpen hoe de vork in de steel zit. Het boek lees als een thriller, je wilt alsmaar weten hoe het verder zal gaan, of het goed komt, maar ook wat er in het verleden in gebeurd. Het personage van Nanou ontroert, en ook het contact tussen Nanou en Leo is erg mooi beschreven. De romantiek hangt in de lucht, maar er zijn nogal wat praktische bezwaren.
Een mooi boek. Een boek wat ik zelf had willen lezen toen ik vijftien was. Mooie zinnen, lekker spannend, en goed opgebouwd. Je gaat je identificeren met alle drie de personages, ook al hebben ze soms tegenstrijdige belangen. En op de laatste bladzijdes zou je ze wel willen toeschreeuwen dat ze nog éventjes moeten wachten om naar huis te gaan. Mooi uitgevoerde hardcover. Een aanrader.
ISBN 9789048808908 | Hardcover | 223 pagina's | Dutch Media Uitgevers | maart 2011
Leeftijd: 13+
© Willeke, 30 mei 2011
Geen bereik
Langzaam wordt duidelijk dat hij met zijn vriend David in de vakantie de bergen ingetrokken is. David had op deze beklimming niet meegewild, dus is Leo alleen op pad gegaan. Eerst keurig volgens de route, maar daar is hij van afgedwaald. Daar zit hij nu, gewond, en niemand weet waar hij is. Zijn gsm weigert dienst…
Nanou is op diezelfde zaterdag aan het wandelen in de bergen, waarschijnlijk wel in Leo’s buurt, maar voorlopig weten we dat niet. Door haar moeder wordt ze gewaarschuwd dat ze binnen moet blijven, de toeristen komen er weer aan. Er is iets raars aan dit meisje…
David, de vriend, zit beneden op de camping te wachten. Waar blijft Leo? Maar Leo trekt zijn eigen plan, hij is vast niet in zeven sloten tegelijk gelopen, David wacht af…
De dagen volgen elkaar op, en Leo wordt gevonden, maar dat betekent niet meteen zijn redding.
Dit verhaal over een drietal jongeren die allemaal zo hun eigen problemen hebben, van ouder datum dan wel recent, is een spannend en meeslepend verhaal. Voor je het weet heb je het uit.
Het is niet alleen vlot geschreven, met hier en daar een Vlaams woord, door de afwisseling in het vertelperspectief wil je doorlezen. Goede spanningsboog dus.
Je lezers niet onderschatten, dat is heel belangrijk als je een boek voor jongeren schrijft. In het begin lijkt het daarmee prima in orde. We maken kennis met de personages en slechts door af en toe iets mede te delen krijgt de lezer het plaatje vol. Helaas stapt Marian de Smet daar vanaf op het moment dat we de jongelui kennen en het verhaal de kern bereikt. Maar misschien is dat wel bewust: het verhaal is op deze manier alleen het verhaal van die drie jongelui. Hun karakters zijn duidelijk, hun belevenissen belangrijk. De achtergrond van de zijlijnen, die je als lezer best zou willen leren kennen, over Nanou bijvoorbeeld, worden niet uitgelegd. Het is een verhaal met een open einde, waaraan de lezer overigens makkelijk een mooi en romantisch staartje kan breien.
ISBN 9789048808908 | Hardcover | 223 pagina's | Dutch Media Uitgevers | maart 2011
Leeftijd: 13+
© Marjo, 22 mei 2011