Jodi Picoult
Het verdwenen meisje
Delia werkt met haar hond samen met de politie: ze spoort verdwenen kinderen op.
Als ze vreemde dromen heeft, gaat Fitz, die journalist is, op zoek naar de betekenis en hij ontdekt dat haar moeder helemaal niet dood is. De bodem wordt onder haar bestaan uit geslagen: haar vader heeft haar meegenomen en is met haar naar een andere staat (in Amerika) verhuisd.
Als Delia op zoek gaat naar de waarheid ontdekt ze dat haar moeder nog leeft; dat ze eigenlijk Bethany heet. De zaak gaat aan het rollen: haar vader wordt aangeklaagd voor ontvoering, en Delia vraagt Eric, die advocaat is, hem te verdedigen.
Een vriend als advocaat, en de ander een journalist, dat heeft vervelende implicaties wat betreft de rechtzaak. Als Delia bij haar vader in de buurt wil zijn, komt er ook nog magie aan te pas: ze ontmoet een Indiaanse vrouw.
Het is een verhaal over een driehoeksverhouding met zeer veel extra thematiek: kidnapping, alcoholisme, gevangenisleven en kindermisbruik.
Als je op ongeveer twee derde van het boek bent, begint de aandacht te verslappen: al die verhaallijnen die niet ter zake doen, er had flink geschrapt kunnen worden. En de ontknoping is niet zo verrassend.
Het enige dat enigszins bijdraagt aan het vasthouden van de spanningsboog is het feit dat de verteller per hoofdstuk wisselt: de vader, de dochter, de moeder, de journalist en de advocaat komen allemaal aan bod. Zo is het makkelijk om bepaalde stukken over te slaan. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest!
ISBN 9789044326642 | Paperback | 415 pagina's | The House of Books | april 2010
Vertaald uit het Engels door Harry Naus
© Marjo, 05 juli 2013