Anton Valens
Vis
Een novelle, maar het lezen van deze 138 pagina's lijken er veel meer. Het leest langzaam, maar dat is in dit geval genieten. Valens heeft zijn woorden met zorg gekozen, hij schildert als het ware de scènes. Oftewel: hij schildert de zee.
Het boek speelt op een viskotter, de DH 731, die op visvangst gaat in de Duitse Bocht. Hoofdpersoon is een werkeloze kunstenaar, die via een vriend (alhoewel, is Fred wel een vriend te noemen?) een week mee zal varen. Hij heeft toch niets te doen. Freds vader is de schipper. Warmgeffer is een enorme man, eentje van weinig woorden. Hij gromt en blaft zijn bevelen. Contact met medemensen interesseert hem niet, zijn leven is werk.
'Zijn communicatieve vaardigheden waren op een bedenkelijk niveau blijven steken, maar dat deze ongelikte beer mij een lulletje rozenwater vond, stond als een paal boven water.'
Behalve Fred bestaat de rest van de bemanning uit de oudere Martin, die voor de motoren zorgt, en de jonge Addie, met wie Fred telkens overhoop ligt. Hier moet gewerkt worden, er is geen tijd voor een gezellige babbel. Het verhaal is ook eigenlijk meer een sfeertekening.
'Enorme fuiken waren het, meterslange slurfachtige kooien van touw, breed en open van voren, taps toelopend naar het einde, de zak. Eerst verschenen de wijd open muilen, behangen met kettingen en lijnen en aan de onderzijde verzwaard met de angstaanjagende roestige sledes, woest druipend van water en gecamoufleerd met meegetrokken groen.'
Je ziet het voor je toch?
Het boek is een sfeertekening van het werk, waarin de spanning die op de kotter hangt, vooral tussen Fred en Addie, voelbaar is. Dat zal tenslotte nog voor een soort plot zorgen, een climax waardoor het toch nog een verhaal met kop en staart wordt. Niet dat het nodig was, het is prachtig geschreven. Ik heb niet de Moby Dick gelezen, waar soms naar verwezen wordt, maar dat moet ik misschien maar eens snel gaan doen?
Nog een citaat:
'In de zonnerichting kon je niet kijken zonder met acute blindheid te worden geslagen - daar was 't een bruisende, horizontale Niagara, een witte, hete hellezee, een cirkel als je het van boven af zou kunnen waarnemen. Daar bekeek de zon zichzelf in de spiegel. Wit kreeg daar, in dat brandpunt, een nieuwe definitie, die alle andere en zelfs de helderste witten in de schaduw stelde.'
ISBN 9789045702551 | Paperback | 143 pagina's | Uitgeverij Augustus | mei 2009
© Marjo, 23 juli 2009
Vis
Doel van de tocht is de Duitse bocht, waar volgens kapitein Warmgeffer veel vis te vangen is.
De sfeer op het schip is rauw. Er zijn naast de kapitein drie bemanningsleden. Zoon van de kapitein, Fred Warmgeffer heeft constant woorden met Addie, visser en harde werker. Fred wil dat zijn vriend de kunstenaar partij voor hem kiest maar die heeft daar weinig zin in. Hij begrijpt de onderlinge nijd tussen die twee ook niet. Martin, het derde bemanningslid, is de zwijgzaamste, hij maakt de vis schoon en vertrekt dan naar de machinekamer.
Eigenlijk gebeurt er weinig, er wordt gevaren, de vis wordt gevangen, gesorteerd, schoongemaakt en opgeslagen in het ruim. Toch is er een spanningsboog, door het constante geruzie van Addie en Fred en het toch een beetje negeren van 'die nieuwe' verwacht je steeds dat er iets gaat gebeuren.
Aanvankelijk is de kunstenaar lyrisch over het schip, het werk, de zee maar langzamerhand gaat het lichte, het vrolijke, de bewondering voor alles over naar de werkelijkeid, het smerige schip, het constante zware werk, de moeheid, het slaapgebrek, het lawaai van de motor en het eeuwige gebekvecht tussen Addie en Fred. Je weet dat er iets gaat gebeuren, maar wat?
Ook dat is misschien nog niet genoeg om het boek te prijzen of aan te bevelen.
Wat maakt het boek dan zo bijzonder? Dat is de taal!
Marjo schreef het al. Valens schildert met woorden, hij schildert de zee.
ISBN 9789045702551 | Paperback | 143 pagina's | Uitgeverij Augustus | mei 2009
© Dettie, 03 september 2009